In 1898
wordt een aflevering van het Weense tijdschrift
Ver Sacrum aan Fernand Khnopff gewijd. Hijzelf verzorgt de volledige
lay-out. In dat nummer levert Khnopff een illustratie voor een
marionettenspel van Maurice Maeterlinck: La mort de Tintagiles.
Ygraine à la porte verwijst naar een fragment uit dit stuk.
De werelden van Khnopff en
Maeterlinck zijn aan elkaar verwant. De uitgepuurde vormen, het symbolische
verband tussen de wezens en de dingen zijn punten van overeenstemming tussen
beide kunstenaars. Dat deze uitgave van Ver Sacrum verschijnt, getuigt van
de Weense bewondering voor zowel de Belgische schrijver als de schilder.
Kunstenaars uit verschillende domeinen tonen
belangstelling voor het symbolistische toneel van Maeterlinck: Khnopff
uiteraard, die eveneens Pelléas et Mélisande zal verluchten, maar ook
de componist Debussy, die er een "manifest-opera" van zal maken. Khnopff,
Maeterlinck en Debussy introduceren de stilte - de dood of het gemis bij
Maeterlinck - als basis voor hun werken.
« Misschien moeten levende wezens volledig van de scène worden verbannen.
Misschien zou men dan wel terugkeren naar een kunst uit lang vervlogen
tijden, waarvan de maskers van de Griekse tragedie misschien de laatste
sporen dragen.
[…]
Zal de mens vervangen worden door een schaduw, een reflectie, een projectie
van symbolische vormen of een wezen dat het voorkomen zou hebben van het
leven, zonder zelf het leven te bezitten ? »
G.B.