|
Fernand Khnopff komt via zijn broer Georges in
contact met Emile Verhaeren. De Belgische schrijver begint al spoedig
belangstelling aan de dag te leggen voor het werk van de schilder. Hij
schetst zijn portret in een reeks artikelen die het tijdschrift
L'Art Moderne in 1886-87 publiceert,
getiteld Silhouettes d'artistes en Un peintre symboliste. In
de vorm van een persoonsbeschrijving ontsluiert Verhaeren iets van Khnopffs
artistieke universum.
|
« Fernand Khnopff ?
Een stijfkop, een kunstenaar.
Ja, meer nog dan een kunstenaar - en God weet hoe zeer hij er een
is! – een stijfkop. Alleen voor volslagen idioten is dat een gebrek. Door
Fernand Khnopff een stijfkop te noemen, steek ik dan ook de loftrompet over
hem, de strakke, koele, gesloten, Brits aandoende, die meer denkt dan hij
praat, meer opmerkt dan hij verklaart.
Zeker, hij is te hoffelijk om te laten merken dat hij pas gelukkig
is als niemand hem vragen stelt of hem van zijn werk houdt.
[…]
Stugge houding, onberispelijk voorkomen, bestudeerde eenvoud.
Uitgesproken afkeer van al wat slordig aandoet. Een clergyman op weg om een
dandy te worden.
[…]
Eenzame opsluiting en egoïsme zijn dus de deugden en de keuze van
hen die schoonheid scheppen en ons wonderen schenken. Ze zijn onvervangbaar
en je bent laf als je er in bepaalde kringen die er aanstoot aan nemen niet
openlijk voor uit durft te komen dat je én een kluizenaar én een egoïst
bent.
[…] ».
|

|
Op zijn beurt zal Khnopff talrijke geschriften van
Verhaeren illustreren en zal hij hem een duister schilderij opdragen,
Avec Verhaeren. Un Ange (1889), waarin hij reeds het thema aansnijdt van
de geest die het lichaam onderwerpt, een thema dat achteraf terugkeert in
De Kunst
of De liefkozingen.
G.B.
|