|
« Art
tout puissant, Art Dieu, je t’adore à genoux, dernier reflet d’en haut sur
notre putrescence […] Miracle, miracle, une rose s’élève et s’ouvre
grandissante, s'efforçant d’enserrer en ses feuilles pieuses la croix divine
du salut : et la croix consolée resplendit, Jésus n’a pas maudit ce monde,
Jésus reçoit l’adoration de l’art »
(Almachtige Kunst, Kunst die God is, ik
kniel om jou te aanbidden, laatste weerschijn van het hemelrijk op ons
bederf […] Mirakel, mirakel, een roos verheft zich en bloeit helemaal open,
ze doet moeite om het goddelijke kruis van het heil vol liefde en eerbied
met haar blaadjes te omsluiten: en het vertrooste kruis fonkelt weer, Jezus
heeft de wereld niet vervloekt,
Jezus wordt diep vereerd door de kunst)
|

|
In 1891
sticht de idealistische en excentrieke
schrijver Joséphin Péladan, die de naam "Sâr Péladan"
aanneemt, de orde van de "Rose+Croix du Temple et du Graal". Dit
mystiek-esthetische genootschap stelde zich ten doel een queeste te
ondernemen naar een Ideaal waarin de Kunst en God één worden.
Behalve de
fratsen en de esoterisch gekleurde en occulte geschriften van de Sâr,
onthouden we zijn "gestes" of salons die hij van 1892 tot 1987 in
Parijs organiseerde. Veel symbolistische kunstenaars namen deel aan de
salons. Onder de Belgen waren Fernand Khnopff en
Jean Delville de getrouwsten. Terwijl Delville in Brussel zijn eigen
"Salon d'Art idéaliste" opricht, zal Khnopff zich spoedig van de
rosicrucianistische beweging verwijderen. Het buitenissige karakter van het
personage "Péladan" en het verstikkende van zijn salons verklaren wellicht
deze vervreemding.
Ondanks alles lijken
beide mannen een wederzijdse invloed op elkaar te hebben uitgeoefend.
Péladan zag in Khnopff "de bewijsgrond voor zijn stelling in verband met de
queeste naar het Ideaal",
hij heeft Khnopff stellig gesterkt in het creëren van meer idealistisch getinte werken.
G.B.
|
|