Op dat
ogenblik kwam de Europese muziekwereld in de ban van de nieuwe
operaproducties van Richard Wagner. Die opera’s werden voorgesteld als
totaalkunstwerken, gecomponeerd rond een muzikaal leidmotief en omkaderd met
een origineel toneelbeeld. Waar men voorheen de kostuums en decors
recupereerde uit andere operaproducties, werd nu door een vormgever een
specifieke enscenering ontworpen met nieuwe kostuums en decors en met
aandacht voor de toneelbelichting en theatermachinerieën. Deze bijzondere
aanpak gold snel als voorbeeld in alle theaters. De voorstellingen waaraan
Khnopff heeft meegewerkt, pasten in deze nieuwe visie en hadden veel gemeen
met de artistieke wereldbeschouwing van de kunstenaar. Het waren meestal
opera’s met een mystieke inhoud (bijv. De Toverfluit, W.A.Mozart) of met een
legende als vertrekpunt (bijv. Koning Arthur, E. Chausson), of creaties op
teksten van een bevriend auteur zoals Maurice Maeterlinck (bijv. Pelléas en
Mélisande, C. Debussy).
Het uitbreken van de eerste wereldoorlog maakte een eind aan zijn
engagementen in het Brussels theater. Jammer genoeg zijn slechts weinig van
zijn ontwerpen bewaard gebleven.
F.V.E.