
|
Bij
Jean Delville, een discipel van
Sâr Péladan,
is de voornaamste vertegenwoordiger van het idealisme in België. In 1896
sticht hij het "Salon d'Art idéaliste", dat kunstenaars als Constant
Montald of Léon Frederic tentoonstelt. Fernand Khnopff zal weliswaar niet
deelnemen aan deze salons, maar sommige van zijn werken kunnen toch
idealistisch worden genoemd. Het idealisme kan men immers beschouwen als
een tak van het symbolisme, voortgesproten uit de salons van de
Rose+Croix
(1892). De kunstenaars uit beide stromingen zoeken hun toevlucht in een
ideaal verleden en verwerpen de naturalistische of zelfs
impressionistische schilderkunst, die ze een simpele mimetische
transcriptie van de werkelijkheid vinden. Volgens Péladan wil de
idealistische esthetica inwijden in het geheim : "Kunstenaar, gij zijt
Priester, de Kunst is het grote Mysterie
[...]".
Men kan dan ook zeggen dat het idealisme vaak de esoterische kant van het
symbolisme is. Bovendien geven deze kunstenaars uitdrukking aan een idee
of een ideaal waarbij ze vertrekken van een beeld dat meer van een
allegorie dan van een symbool weg heeft, want dikwijls hebben betekenis en
vorm een vaststaand karakter. (Waar de allegorie werkelijk iets voorstelt,
is het symbool enkel suggestie.)
C.A. |