|
Verwantschap …
Verwijdering …
James Ensor
en Fernand Khnopff zijn twee eminente figuren in de laat-19de-eeuwse
Belgische kunst. Terwijl de eerste voor expressieve kunst kiest, wordt het
werk van de andere daarentegen door introspectie gekenmerkt.
Zij raken met elkaar bevriend aan de Academie voor Schone Kunsten te
Brussel, waar ze samen teken- en schilderkunst studeren. Men treft Khnopff
en Ensor weer aan in 1883, bij de oprichting van de groep
Les XX. Beide kunstenaars respecteren
elkaar tot in 1886, het jaar waarin het schandaal losbarst. James Ensor
beschuldigt Khnopff ervan zijn Russische muziek te hebben
geplagieerd. In Bij het beluisteren van Schumann vindt men
inderdaad het thema terug van "de onvermijdelijke romance aan de
onvermijdelijke piano in de onvermijdelijke salon".
Nochtans zijn deze werken in alles elkaars tegengestelde. Bij Ensor wordt
met genoegen gekeken naar het spelen van de muziek, bij Khnopff wordt ze
beluisterd, in de gedachten opgenomen, verinnerlijkt. De door de
symbolisten hogelijk gewaardeerde Schumann was ook Khnopffs geliefkoosde
componist. In diezelfde periode kent de Russische muziek een ware
heropleving. Ze stoot de westerse traditionele cultuur ver van zich af en
staat een terugkeer naar het aardse voor.
Door de confrontatie
van beide werken kan men zien hoe belangrijk de verwantschap tussen muziek
en schilderkunst toen was. Deze verwantschap beperkt zich niet louter tot
de onderwerpen of de titels van de schilderijen, maar is ook zichtbaar in
de wijze waarop naar de muziek wordt geluisterd of, zoals bij de
symbolisten, in de invloed die ze heeft op het gemoed.
G.B.
Naar
Émile VERHAEREN, Silhouettes d'artistes : Fernand Khnopff,
overgenomen in : Fernand Khnopff et ses rapports avec la Secession
viennoise, Bruxelles, Musées royaux des Beaux-Arts de Belgique,
1987, p. 15-31.
|