NL
  NL | FR | EN
Pedagogisch-dossier  | Info Pers | EvenementenWork in progressHome |     
tentoonstelling symbolisme in bozar

Khnopff abc

Bruges La Morte
 

ABC - a   b     d   e   f   g   h   i   j   k   l   m   n   o   p   q   r   s   t   u   v   w   x   y   z 


Studie voor ‘Liefkozingen’, 1896

Kleurpotlood en witte hoogsels op papier, 14,8 cm Ø

The Hearn Family Trust

« O sexe initial, sexe définitif, absolu de l’amour, absolu de la forme, sexe qui nies (sic) le sexe, sexe d’éternité ! Los à toi Androgyne ! »[1]

(O geslacht van het begin, geslacht van het einde, volmaaktste liefde, volmaaktste vorm, geslacht dat elk geslacht loochent, geslacht voor de eeuwigheid ! Geloofd zijt gij, Androgyn !)

 

  De figuur van de androgyn komt menigvuldig voor in het œuvre van Fernand Khnopff. Zij is de incarnatie bij uitstek van de ambivalentie. Man en vrouw vormen nog slechts een geheel. Zoals eertijds zijn ze weer verenigd in een wezen dat het door de kunstenaar gedroomde schoonheidsideaal belichaamt. Sinds de Oudheid symboliseert de androgyn de terugkeer van de mens naar zijn verloren eenheid. In Het gastmaal vertelt Plato dat de mens oorspronkelijk mannelijk en vrouwelijk tegelijk was. Nadat de goden hen hadden gescheiden, zwierven alle stervelingen rond op zoek naar hun wederhelft, om opnieuw dit ideale en één gemaakte wezen te worden[2].

  Zowel in de portretten van zijn zuster Marguerite, mythische figuren of, zoals hier, de beeltenis van een adolescent, laat Fernand Khnopff de gelaatstrekken van zijn personages subtiel overvloeien in die van het andere geslacht. Een weerspiegeling van hemzelf ? Een afschijnsel van zijn eigen biseksualiteit ? Er bestaan talloze interpretaties. Dit neemt niet weg dat Khnopff een thema bespeelt waar ook menig tijdgenoot graag gebruik van maakte.

  Door zijn dubbelzinnige, mysterieuze en ideale aard is de androgyn een symbolistisch thema par excellence. Hij waart onophoudelijk rond in de literaire en picturale beelden van het "fin de siècle".

G.B


[1] PLATO, Verzameld werk. Tweede deel : Protagoras, Cratylus, Symposium, Phaedo, Theaetetus, Parmenides, Antwerpen/Baarn, De Nederlandsche Boekhandel/Uitgeverij Ambo b.v., 1978, p. 218-221.
[2] Josephin PÉLADAN, Hymne à l’Androgyne, 1891, geciteerd in Séverine JOUVE, Les Décadents, Paris, Plon,  1989, p. 99.
To top of page