|
De kunstenaar: enkele feiten en data
Fernand Khnopff (Grembergen
1858 – Brussel 1921),
telg van een oude kosmopolitische familie, brengt zijn kinderjaren
voornamelijk door in Brugge waar zijn vader magistraat is. De zeer
bijzondere atmosfeer van deze stad – ietwat doods en decadent - laat op de
kleine kunstenaar in spe een onuitwisbare indruk na, die hij later in zijn
oeuvre probeert te vatten. In 1864 wordt zijn zuster Marguerite geboren,
zijn leven lang zijn lievelingsmodel. In 1866 zegt het gezin Brugge
definitief vaarwel en verhuist naar Brussel waar vader Khnopff tot rechter
is benoemd. De zomers brengen ze door in Fosset, een onooglijk gehucht in
de Ardennen. Om zijn ouders te plezieren begint Fernand Khnopff rechten te
studeren aan de Université libre van Brussel terwijl hij zich vol
passie op de Franse literatuur werpt. Zijn voorkeurschrijvers zijn onder
meer Baudelaire, Flaubert, Leconte de Lisle. Samen met Georges, zijn jongere
broer die dichter en musicus is, ontmoet hij vaak een groep jonge Belgische
schrijvers, waaronder Max Waller, Iwan Gilkin, Georges Rodenbach en Emile
Verhaeren. Al snel verlaat Khnopff de universiteit om de eerste beginselen
van de schilderkunst aan te leren in het atelier van Xavier Mellery. Als
leerling van de Brusselse Academie voor Schone Kunsten volgt hij er,
trouwens samen met James Ensor, tekenles van 1876 tot 1879. Ondertussen
verblijft hij meermaals te Parijs en werkt er in het atelier van J. Lefebvre
en de Académie Julian. Hij maakt van de gelegenheid gebruik om de
kunst van Ingres, Delacroix, Moreau en Alfred Stevens te bestuderen alsook
van de Engelse kunstenaars Millais en Burne-Jones. In 1881 stelt hij een
eerste maal tentoon op het Salon van L’Essor te Brussel. Twee jaar
later vinden we Khnopff terug als stichtend lid van Les XX, later ook
van La Libre Esthétique, twee uiterst belangrijke en progressieve
kunstenaarsgroepen. Hij exposeert trouwens regelmatig in hun spraakmakende
Salons. In 1885 komt hij in contact met Joséphin Péladan, de toekomstige
grootmeester van het esoterische genootschap La Rose + Croix te
Parijs. Voor deze zonderlinge auteur ontwerpt hij diverse frontispices. Het
is dan ook niet verwonderlijk dat het werk van Khnopff een ereplaats krijgt
op de Salons die Péladan te Parijs van 1892 tot 1897 organiseert. Vanaf de
jaren tachtig neemt hij deel aan tentoonstellingen in Engeland, land dat hij
voor het eerst bezoekt omstreeks 1891. In Londen ontmoet hij de
pre-rafaëlieten Hunt, Watts, Ford Maddox Brown en Burne-Jones en levert
regelmatig kunstkritische bijdragen aan The Studio, het
toonaangevende kunsttijdschrift in Groot-Brittannië. Hij bespreekt er tal
van Belgische kunstenaars en tentoonstellingen. Daarenboven is hij in Wenen
met niet minder dan eenentwintig werken vertegenwoordigd op de eerste
tentoonstelling van de Secession in 1898. Dit overzicht maakt diepe
indruk op Gustav Klimt. Het evenement verleent aan Fernand Khnopff trouwens
een internationale bekendheid. Vanaf 1900 legt de kunstenaar zich toe op het
ontwerp van zijn eigen huis, opgevat als een tempel voor zijn eigen “Ik”.
Hij tekent zelf de plannen, ontwerpt de decoratie en bepaalt het
kleurenschema. Jammer genoeg wordt dit uiterst originele gebouw, in feite
een monument, na de dood van de kunstenaar afgebroken. Van 1903 tot 1913
realiseert Khnopff decors en kostuums voor de Koninklijke Muntschouwburg. In
deze periode krijgt hij twee belangrijke opdrachten, namelijk een
plafondschildering voor het Gemeentehuis van Sint-Gillis alsook
muurdecoraties voor de muziekzaal van het beroemde modernistische Palais
Stoclet.
Khnopff toont zich een
bijzonder veelzijdig kunstenaar, die niet alleen met olieverf, pastelstift
of gemengde technieken werkt, maar zich ook wijdt aan de beeldhouwkunst, de
gravure en de fotografie. Meerdere kwaliteitsfoto’s van zijn eigen werk
hoogt hij met pastel of kleurpotlood, die hij dan net als originelen
signeert. Op het einde van zijn leven wordt er overal beroep op hem gedaan.
Hij realiseert programma’s voor allerhande liefdadigheidswerken of
vaderlandslievende evenementen en tekent zelfs een bankbiljet, een ontwerp
dat echter nooit wordt gerealiseerd. Nog in dezelfde context ontwerpt hij
kantwerk om nieuwe impulsen te geven aan deze tanende kunsttak.
Tot slot melden we dat het
werk van Fernand Khnopff bewonderd kan worden in de belangrijkste musea ter
wereld als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het Belgische
symbolisme.
|