De symbolistische ideeën worden
vervolgens uitgedragen door de literaire tijdschriften, waarvan het aantal
in die tijd onophoudelijk toeneemt : Le Mercure de France en Le
Symboliste in Frankrijk, l’Art Moderne en La Wallonie
in België.
Het is in één van deze
tijdschriften dat de Franse kunstcriticus Albert Aurier een definitie van
het symbolisme geeft, toegepast op de schilderkunst, waarin het kunstwerk
aan de volgende criteria moet voldoen :
«
(…)
premièrement Idéiste, puisque son idéal unique sera l’expression de
l’idée;
deuxièmement Symboliste, puisqu’elle exprimera cette idée par les
formes;
troisièmement Synthétique, puisqu’elle écrira ces formes, ces signes,
selon un mode de compréhension générale;
quatrièmement Subjective, puisque l’objet ne sera jamais considéré en
tant qu’objet mais en tant que signe perçu par le sujet;
cinquièmement (c’est une conséquence) Décorative, car la peinture
décorative proprement dite, (…) n’est rien autre chose qu’une manifestation
d’art à la fois subjectif, synthétique, symboliste et idéiste
»
(A. AURIER in : Le Mercure de
France, 1891).
(ten
eerste moet het Ideïstisch zijn, aangezien zijn enige ideaal erin
bestaat de vertolking van een idee te zijn;
ten tweede Symbolistisch, aangezien het deze idee zal uitdrukken in
vormen;
ten derde Synthetisch,
aangezien het deze vormen, deze tekens zal schrijven op een algemeen
verstaanbare wijze;
ten
vierde Subjectief, aangezien het object nooit als object zal worden
beschouwd, maar als teken dat door het subject wordt waargenomen;
ten vijfde (dit is er een gevolg van) Decoratief, omdat de
decoratieve schilderkunst eigenlijk, (...) niets anders is dan een
tegelijkertijd subjectieve, synthetische, symbolistische en ideïstische
verschijningsvorm van de kunst)
Het symbolisme, de kunst van de
suggestie, van de gedachte, van het mysterie, zal één van de voornaamste
stromingen worden die de late 19de eeuw heeft gekend. Het reikt tot ver over
de grenzen van Europa en ontwikkelt zich in een waaier van kunstdisciplines
: toneel, schilderkunst, poëzie, architectuur, toegepaste kunsten …
Als laatste
opflakkering van de romantiek wordt het symbolisme gekenmerkt door
dezelfde subjectiviteit en verheerlijking van het individu.
In
het domein van de schilderkunst behoort het
prerafaëlitische werk van Millais, Hunt, Rossetti of later
Burne-Jones tot de eerste vormen van symbolisme. Deze groep Engelse
kunstenaars, die zich vanaf 1848 in een broederschap verenigen,
bepleit een terugkeer naar de kunst van voor het classicisme van Rafaël en
is bijzonder ingenomen met literatuur uit voorbije tijden, middeleeuwse
legenden of antieke mythen. Talloze symbolisten zullen in de ban raken van
de geraffineerde stijl, de vlucht in het verleden en de omnipresentie van de
verleidelijke en raadselachtige vrouw.
Vanaf de jaren 1880
en tot 1900, wanneer het met de strekking van de "Art nouveau" zijn
hoogtepunt en triomf beleeft, kent het symbolisme een snelle ontwikkeling
dankzij de vele salons en kunstkringen.
Les XX in Brussel, de
Salons van de
Rose+Croix in Parijs
alsmede de Sezession in München, Berlijn en Wenen organiseren
lezingen, voordrachten, concerten en tentoonstellingen in een mix van
culturen, ideeën en artistieke uitdrukkingswijzen.
Deze
symbolistische "ideeën" zullen standhouden tot 1914, het moment
waarop de volgelingen door de oorlog hard en onverbiddelijk met de
werkelijkheid worden geconfronteerd.
|
Context en situatie
In weerwil van de
tentoonstellingen, een heus manifest en andere verklaringen is het
symbolisme nimmer een officiële kunststroming geweest. Het was veeleer een
geesteshouding die reageerde tegen het heersende positivisme en de
teloorgang van de spiritualiteit die de tweede helft van de 19de eeuw
kenmerken.
Na de romantiek ziet immers een
reeks denksystemen het daglicht die de
waardige
erfgenamen van de Industriële Revolutie willen zijn. In deze context van
uitvindingen en vooruitgang doet een nieuwe religie zich gelden : die van de
Wetenschap. Het sciëntisme gaat zelfs zo ver te beweren dat
"le monde est aujourd’hui sans mystère"
(M. BERTHELOT, Les
origines de l’Alchimie, 1885).
Voortaan vindt alles zijn
verklaring. Het geloof in de Wetenschap komt in de plaats van het
godsdienstige geloof. In 1852 publiceert Auguste Comte zijn Cathéchisme
positiviste. Het positivisme van Auguste Comte en Hippolyte Taine
zal de wetenschappelijke methoden in de geesteswetenschappen toepassen : de
geschiedenis, de kunst, de maatschappij worden bepaald door wetten, het
sociale milieu en de tijd.
Geklemd tussen Wetenschap en
materialisme kent de 19de eeuw een achteruitgang van de spiritualiteit.
Sinds Darwin is de mens zelf niet langer een product van het toeval,
maar een schakel in een evolutionaire keten, waarin alles gedetermineerd
lijkt.
Deze ideologische stromingen
vinden een echo in de kunst, met name in de objectiviteit van het realisme
en de thema's van het naturalisme. De lijn wordt doorgetrokken tot de
nauwkeurige en experimentele observatie van de kleur- en lichteffecten bij
de impressionisten.
Aan het eind van de eeuw ontstaat
hevige reactie tegen deze moderne wereld. Het positivisme van Comte wordt
beantwoord met het pessimisme van Schopenhauer. Tegen de burgerij en
haar vertrouwen in de vooruitgang wordt gereageerd met het
dandyisme en het decadentisme. Het realisme en het
impressionnisme krijgt weerwerk in het SYMBOLISME.
|
 |
Thema's en aspiraties
Anywhere out of the World
(Ch. BAUDELAIRE)
Vluchten, Waar dan ook, ver van
deze wereld, dat begeren de symbolisten. Tot elke prijs de materiële
wereld ontstijgen en opgenomen worden in die van de ideeën en de droom.
Zo leggen heel wat symbolisten
belangstelling aan de dag voor het spirituele, die zich bij sommigen
uit in een zwak voor het esoterisme en het satanisme. Een
andere manier om te ontkomen aan het hier en nu is "de vlucht in het
verleden", de zoektocht naar een
verloren paradijs.
De symbolisten zullen het terugvinden in de mythen en legenden van eertijds.
De thema's van de slaap, de
nacht, de
stilte
komen dan ook vaak aan bod, als om ons voor te bereiden op de droom.
Tussen de kunsten ontstaan
overeenstemmingen.
« Les couleurs, les parfums et les sons
se répondent » (Ch.
BAUDELAIRE, Correspondances, 1858).
Net als in het "Gesamtkunstwerk"
(totaalkunstwerk) van Wagner, die in hun ogen een ware held is, dienen alle
kunstvormen het ideaal van de symbolisten.
Op het moment dat de wetenschap
haar zekerheden oplegt, biedt het symbolisme ons een heel andere wereld,
waarin het zonderlinge en het ambigue heer en meester zijn:
hybride wezens,
androgynen,
tegelijk aanlokkelijke en noodlottige vrouwen vervullen het symbolistische
universum.
Berthelot mag
dan wel zeggen: « le
monde est aujourd’hui sans mystère », het symbolisme levert ons het
bewijs van het tegendeel.
G.B.